maandag 7 november 2011

Leve de Letter 2: De Drie Werkelijkheden van Kunst

De drie werkelijkheden van kunst
Hoe de kunst terug kan keren naar diens rechtmatige plaats in de maatschappij.

1. Londen, 2009

In 2009 heb ik acht dagen in Londen doorgebracht. Dit heb ik alleen gedaan, dus zonder familie of andere reisgenoten. Ik kan het werkelijk iedereen aanraden, alleen op reis gaan. Het is een fantastische manier om een andere plek op de wereld te ervaren. Tegelijkertijd leer op een manier zorgen voor jezelf, waar je eerst niet vanaf wist. Maar misschien is het belangrijkste wel dat je, omdat je alleen bent, een bijna onbeschrijflijke rust ervaart. Als er niemand is om mee te praten, langer dan een week, heb je tijd en ruimte om je leven te overzien. En zoals James Joyce al schreef; als je over dingen na gaat denken, ga je ze begrijpen. Velen die dit horen, ik schrijf bewust horen omdat mensen aan wie je dit moet vertellen deze boeken niet lezen, schrijven dit af als onnodig simpel commentaar. Maar de complexiteit en problematiek ervan ligt juist in de eenvoud. Het lijkt me namelijk een enorm probleem als je geen tijd hebt om, écht, over de dingen na te denken.

In Londen bezocht ik meerdere musea, met als hoogtepunt het Tate Modern. In het museum kun je zelf je route bepalen. Wat bijzonder aan dit museum is, is dat de collectie niet zozeer chronologisch of zelfs maar op genre geplaatst is, maar op thema. De eerste indruk was al weergaloos; de binnenkomst in een prachtig omgetoverde fabriekshal.

Wat tekenend was voor deze ervaring was een van de eerste ruimtes die ik bekeek. Deze langwerpige ruimte was een meter of vier hoog. De muren waren wit, net als het plafond en de vloer. In het midden van de zaal stonden lange banken zonder leuningen, waarvan ik de kleur vergeten ben. Aan de muren hingen schilderijen van slechts één kunstenaar; Gerhard Richter. Het waren abstracte werken, maar wel in verschillende gradaties van abstractie. Voor zover dat mogelijk is binnen het genre van volledige abstractie, natuurlijk. Ik was er vroeg, nog voor elf uur ’s ochtends. De zaal was dus zo goed als leeg. Op dat moment heb ik kunst ervaren zoals nooit tevoren. Ik voelde mijn voeten niet op de grond staan, voelde de lucht niet meer op mijn huid, kon geen onderscheid meer maken tussen warm en koud. Er was alleen nog kunst, alleen nog schoonheid, die volledig bezit van me had genomen.

Ik denk dat ik ongeveer een half uur op de bank zat te zweven toen een gezin de zaal binnenkwam. Een vader, een moeder en een dochtertje van een jaar of zes. De vader ging een paar meter van me af op de bank zitten, met zijn dochter naast zich. Het enige geluid wat zij met z’n drieën voortbrachten, was de vader die zijn dochtertje een vraag stelde; “Wat zie je, wat voel je?”



2. De drie werkelijkheden van kunst

Om kunst optimaal te kunnen ervaren, moet er rekening gehouden worden met de drie werkelijkheden van kunst. Dit is een vrij simpel gegeven, waardoor het goed in gedachten te houden is bij het maken van kunst of het inrichten van een tentoonstelling.

De eerste werkelijkheid van kunst is het kunstwerk. Daarin staat de kunstenaar als schepper centraal, altijd. Wat voor kunstwerk het ook is, de kunstenaar is op dat moment de enige persoon die het gegeven onderwerp tot tastbare vorm maakt. De kunstenaar is dus het belangrijkste onderdeel van het kunstwerk. Deze loopt een proces door, het scheppende of creatieve proces. Hoe dit proces verloopt is van grote invloed op hoe succesvol het kunstwerk is.
Dit succes is natuurlijk heel subjectief. Vele kunstenaars zijn, of pretenderen, tevreden te zijn met een bescheiden roem. Anderen zien echter oprecht meer kansen in sektarisme dan in mainstream succes.
Het creatieve proces is essentieel bij het bepalen van de relatie tussen de eerste werkelijkheid en de tweede werkelijkheid. Via dit proces bepaald de kunstenaar namelijk hoeveel persoonlijkheid hij in zijn werk legt. Natuurlijk is een afwezigheid van herkenbare persoonlijkheid ook een statement, wat effect heeft op de tweede werkelijkheid.

De tweede werkelijkheid is de beschouwer van het kunstwerk. Deze werkelijkheid is niet te definiëren omdat iedere persoon totaal anders is. Bij het nadenken over de tweede werkelijkheid is het belangrijk te zien waar deze groep voor is; het beschouwen van het kunstwerk. Elke persoon kan de tweede werkelijkheid zijn. Alles wat een persoon meegemaakt heeft, is van invloed op hoe deze tweede werkelijkheid ingevuld is.
Ondanks dat iedere persoon anders is, valt er natuurlijk best te kijken naar hoe er op deze werkelijkheid gereageerd kan worden, vanuit het oogpunt van de eerste werkelijkheid. Als een kunstenaar, bijvoorbeeld, een boek van Freud centraal stelt in zijn werk, wil dat zeker niet zeggen die kunstenaar evenveel aandacht krijgt als iemand die de consumptiemaatschappij centraal zet. Welke van deze twee werken meer succes heeft laat ik in het midden.
Alles wat de kunstbeschouwer met zich meedraagt aan ervaringen, gedachten en gevoelens is de tweede werkelijkheid. En dit is een extreem belangrijk onderdeel voor het ontstaan van de derde werkelijkheid.

De derde werkelijkheid is het walhalla van de kunst. Het is wat kwaliteit van kitsch onderscheidt. Het verschil tussen seks en erotiek. Het verschil tussen mooi en wauw. Wie de derde werkelijkheid weet te beïnvloeden, is een waar kunstenaar.
De derde werkelijkheid is hetgeen wat ontstaat tussen de eerste en tweede werkelijkheid. Dat gaat verder dan de interpretatie en het gevoel wat het opwekt bij de beschouwer. Het gaat ook om de energie. Hoe sterker de eerste werkelijkheid is en hoe goed of hoe slecht dat compatibel dat is met de tweede werkelijkheid, bepaald de toon van de derde werkelijkheid.
Door deze derde werkelijkheid te bestuderen komt men veel te weten over de tweede werkelijkheid; waarom komt iemand bij een schilderij van een gezicht met afgewende blik op het idee van misbruik? Of waarom wordt er niet ingegaan op de diepere lagen van een schilderij? Of waarom wordt er alleen vlug commentaar gegeven op het “mooie perspectief”?
Maar ook de (schepper van de) eerste werkelijkheid kan beter doorgrond worden door het analyseren van de derde werkelijkheid; waarom zijn alle mannen op het schilderij rood en alle vrouwen lichtblauw gekleurd? Of waarom is de lucht bij een bepaalde kunstenaar altijd zwaarbewolkt? Of waarom is dit onderwerp zo expressief uitgebeeld?

Ieder groot kunstwerk, en iedere grote kunstenaar, doet iets met deze derde werkelijkheid. Wie, als kunstenaar, geen rekening houdt met zijn publiek, is niet als waar kunstenaar bezig. Elke kunstenaar breekt door in de persoonlijke ruimte van zijn publiek. Dat merk je, als beschouwer, doordat het iets met je doet. Dit hoeft (nu) niet gedefinieerd te worden, het gaat erom dat het iets is. Dit inbreken in de persoonlijke ruimte is altijd nodig, om iets teweeg te brengen. Als mensen altijd binnen hun veilige gebied blijven, veranderd er niets. Je moet af en toe je hek van veiligheid verzetten om meer te weten te komen over jezelf en de wereld. Deze inbreuk, deze daad van geweld, hoeft niet als zodanig duidelijk te worden. Vaak is het juist beter om dat niet op die manier te doen. Dan kom je als kunstenaar namelijk snel terecht in het gebied van de horror, of de Shock and Awe. Dan gaat het al snel alleen maar om het geweld, in plaats van om de inhoud. Mensen moeten verlicht worden door kunst, niet vernietigd.

“Misschien lag aan alle kunst een zekere meedogenloosheid ten grondslag, die maar beter verborgen kon blijven voor goedhartige kunstminnaars.”



3. Misstanden

In 1988 schreef Alan Moore het boek V for Vendetta. Het boek, over anarchie, chaos en onderdrukking, schetste een duister toekomstbeeld van het Verenigd Koninkrijk. De vrijheidsstrijder, met een persoonlijke vendetta, komt met een enkele stelling in het publieke oog terecht; “There is something terribly wrong with this country, isn’t there?”

Naar mijn mening is dat ook wat er met kunst aan de hand is. De kunstwereld is sektarisch aan het worden. En dan spreek ik niet over een aantal excentriekelingen die zich bewust in die categorie plaatsen. Het hele idee van kunst en een authentieke kunstervaring, is aan het verworden tot iets minders. Het ontzag voor kunst is aan het verdwijnen. Als er iets verschrikkelijk mis is met de kunst, is er iets verschrikkelijk mis met de mensheid.
Onze maatschappij brokkelt langzaam. We lijken ons in de eindfase van onze heerschappij over de aarde te bevinden. We worden steeds dikker, steeds luier, steeds verslaafder. Onze morele codes berusten op een maatschappelijke structuur die niet meer toepasbaar is. De maatschappij van het christendom heeft hopeloos gefaald. Grote verhalen over dat liefde en vergeving ons gaan redden, blijken hol. De politiek muteert bij elke omslag van een krantenpagina. Terwijl wij wegzinken in decadentie wacht het Oosten rustig af, omdat het bijna hun beurt is. We vergeten wie wij zijn, wat wij kunnen.
We hebben dit allemaal aan onszelf te danken. Ik ken niemand die Faust heeft gelezen, maar ik ken zat mensen die hun ziel verkopen. Of dat nou in de vorm is van een baan of voor de illusie van veiligheid, het zijn er meer dan ik kan tellen.
Men is niet meer bezig met het ontdekken van schoonheid. De mens heeft omarmd dat schoonheid via de televisie kan komen, of via een bioscoopscherm. Men is precies waar men hoort te zijn, volgens sommigen; tot half 7 ’s ochtends in bed, vervolgens in de auto, op het werk, in de kantine, weer op het werk, terug in de auto, thuis aan tafel, thuis in bed.
En alle anderen? Die vervelen zich.
De mensheid is in te delen in twee groepen. Wat ze gemeen hebben is waar ze vandaan komen; verveling. Iedereen maakt een periode door waarin ze zich vervelen. Waarin ze op de bank liggen. De eerste groep staat op een gegeven moment op. Ze nemen een baan, kinderen, een leven.

En de tweede groep? De tweede groep is eenvoudig doodmoe geworden van de eerste. Zij ligt nog steeds op bed op de divan, zich stierlijk te vervelen.

Kunst is een van de vele mooie dingen die voort kan komen uit verveling. Om kunst te maken moet je verder kunnen denken, dieper. Wie druk is met iets anders, is geen kunstenaar. Iemand die druk is met wat anders, komt niet dichter bij kunst dan decoratie.

In deze gedachtegang past de openingsmonoloog van de film Trainspotting (1996) natuurlijk prachtig;

Choose Life. Choose a job. Choose a career. Choose a family. Choose a fucking big television, choose washing machines, cars, compact disc players and electrical tin openers. Choose good health, low cholesterol, and dental insurance. Choose fixed interest mortgage repayments. Choose a starter home. Choose your friends. Choose leisurewear and matching luggage. Choose a three-piece suit on hire purchase in a range of fucking fabrics. Choose DIY and wondering who the fuck you are on Sunday morning. Choose sitting on that couch watching mind-numbing, spirit-crushing game shows, stuffing fucking junk food into your mouth. Choose rotting away at the end of it all, pissing your last in a miserable home, nothing more than an embarrassment to the selfish, fucked up brats you spawned to replace yourselves. Choose your future. Choose life... But why would I want to do a thing like that? I chose not to choose life. I chose somethin' else. And the reasons? There are no reasons. Who needs reasons when you've got heroin?

Vervang hier het word heroin voor kunst en het levensdoel van de (puristische) kunstenaar is verwoord.

Verveling is de gemeenschappelijke factor die gedeeld word door de mens die ver genoeg gekomen is voor vervulling. Wie in een door armoede en oorlog verwoest land leeft, heeft wel iets beters aan zijn hoofd dan spirituele of kunstzinnige vervulling en verlichting. Maar hier zijn wij ver genoeg gekomen om ons open te stellen voor dat soort zaken. Ondanks dat zijn wij, als gehele westerse bevolking, niet verlicht. De activiteiten die men als vervulling ziet, zijn samengegaan met wat we ontspanning noemen. Activiteiten als televisiekijken en op vakantie gaan. Zelfs naar een museum gaan is tot ontspanning verworden, in plaats van verlichting en vervulling. Zolang wij niet verlicht of vervuld zijn, lijden we. En dat lijden is prima. Het is prima als we een groep consumenten zijn. Maar we zijn meer dan consumenten. We zitten vast in het patroon van de eeuwige consument. En of dat komt door neoliberalisme, televisie of verval van moraal is helemaal niet relevant. De kern is namelijk dat we lijden. Lijden en verveling gaan hand in hand.
De verveling, het teveel van lege tijd en loos gemoed, bergt een naamloos lijden in zich, een lijden zonder aanwijsbaar leed, een lijden aan en onbenoembare leegte en een eindeloos langgerekt nu.
Met mijn veroordeling van het christendom wil ik beslist geen onrecht begaan tegen een verwante religie, die het in aantal belijders zelfs overtreft, tegen het boeddhisme. Zij horen als twee nihilistische religies bij elkaar – het zijn religies van de decadentie -, en ze staan op hoogst opmerkelijke wijze los van elkaar. Dat ze thans met elkaar vergeleken kunnen worden, daarvoor is de criticus van het christendom om de Indische geleerden zeer dankbaar. – Het boeddhisme is honderd keer realistischer dan het christendom, - het draagt de erfenis in zich van het zakelijk en koel aan de orde stellen van problemen, het komt na een eeuwenlange filosofische beweging, het begrip ‘god’ heeft al afgedaan als het komt. Het boeddhisme is de enige werkelijk positivistische religie die de geschiedenis ons laat zien, ook nog in zijn kerntheorie (een strenge vorm van fenomenalisme - ), het zegt niet langer ‘strijd tegen de zonde’ maar doet volledig recht aan de werkelijkheid door te zeggen ‘strijd tegen het lijden’. Het heeft – en hierin verschilt het diepgaand van het christendom – de zelfbedriegerij van de morele begrippen reeds achter zich, - het bevindt zich, in mijn idioom uitgedrukt, voorbij goed en kwaad.

Zoals hierboven te lezen valt, zijn lijden en verveling verbonden. We lijden omdat we ons vervelen, we vervelen ons omdat we lijden. En de absolute kern van ons lijden is het proberen vast te stellen van het lijden, het proberen in te delen van het lijden in christelijke term, zoals zonde. Dit is echter slechts een houvast, een handvat in de abstractie. En een handvat is bedoeld om zodanig grip op een situatie te krijgen, dat deze opgelost kan worden. Omdat zonder dat handvat, dit ons verstand te boven gaat. Maar ons verstand is het christendom al te boven gegaan, dus ons handvat is volstrekt waardeloos. Toch houden wij ons vast aan dit handvat. Als we los zouden laten, zouden we vrijer zijn, zouden we beter in staat zijn onszelf van het lijden te verlossen.
Verlossing is mogelijk via verlichting en vervulling. We zitten vast in een patroon wat ons laat lijden, dus we moeten ontsnappen.
De verveling is een ziekte van het geluk. Laten we daar wat aan doen.

4. Kunst neemt het volk terug

Iedereen wil de kunst begrijpen. Waarom verzoekt men niet, de liederen van de vogels te begrijpen?

Al voordat ik naar Londen ging, was ik niet iemand die naar een museum ging en de informatie bij de schilderijen ging lezen. Dit deed ik alleen als ik écht heel, heel erg nieuwsgierig was. De ervaring van het kunstwerk stond voorop.
Toen ik in Londen was, werd dat eigenlijk alleen nog maar sterker. Ik bevond mezelf op een gegeven moment in de National Gallery. Daar kwam ik terecht in een drukte die ik nooit eerder in een museum had meegemaakt. Mensen verdrongen elkaar voor Van Gogh en Monet. Om de bordjes met informatie stonden de meeste mensen. Zelfs iemand uit een Zuid-Amerikaanse sloppenwijk zou hebben gedacht; nou, dit zijn wel heel veel mensen op één plek.
En toen kwam het, de hel die ik niet voorzien had; lawaai. Ik kon de muziek door mijn koptelefoon niet meer horen, en het volume daarvan was al niet echt bescheiden. Mensen praatten op vol volume met elkaar, probeerden elkaar te overstemmen. En toen was, uit de diepste cirkel van de hel, een groep Spaanse toeristen. Deze groep werd luidkeels begeleid door een vrouw/luchtalarm. Ze gebaarde wild naar de schilderen en haar discipelen, ook van onbeheerst volume, volgden en maakte foto’s. Als ze wat sneller hadden gelopen, had het een orkaan geheten.

Toen werd mijn haat fysiek. Mijn haat voor het bordjes lezen, het toerisme, het populaire en het dierlijk menselijke in een museum. De wereld is heel simpel op te delen in drie gebieden; natuur, mens en abstractie. De natuur is buiten, de mens een dier gezegend met wat extra eigenschappen die de wereld langzaam kapot maken. Boven dat alles staat de abstractie; schoonheid, goddelijkheid, gedachten en ideeën. Natuur, mens en betekenis.
Kunst is betekenis in vaste vorm. Toen ik in de National Gallery was, zag ik betekenis verworden tot de menselijke maat. In mijn ogen een zware degeneratie voor betekenis.
De mens staat maar net boven de dieren, maar ziet zichzelf zodanig als superieur dat het alles om zich heen mag onderdrukken, in plaats van verantwoording te nemen voor zijn eigen macht. Met grote macht, komt grote verantwoordelijkheid. Dat het merendeel van de mensheid deze verantwoordelijkheid niet neemt, vind ik prima. Als iedereen door elkaar heen gaat filosoferen wordt de wereld een rommel. Maar ik pleit wel voor ontzag voor degenen die bezig zijn met betekenis, die het leven diepte proberen te geven.
Door kunst te verlagen tot het niveau van de gemiddelde schreeuwende toerist, is een blamage voor betekenis, diepgang en ontwikkeling.

Daan van Tricht

Geen opmerkingen:

Een reactie posten